| Nieuws   | Club   | Seizoen   | Staff   | Geschiedenis   | Contact
| Ticketinfo   | Stadion   | Spelerskern   | Commercieel   | Beeld   | Links
 
 
 
 
Vr, 23 april 2010 < terug

"De familiale sfeer zal me bijblijven"

Wie er zondag tegen Bornem niet bij zal zijn is Dimitri Van Oppens. De middenvelder is overdag agent bij de verkeerspolitie en mist door werkverplichtingen naar aanleiding van de Antwerp 10 Miles uitgerekend de belangrijke wedstrijd tegen zijn ex-club. Met de GSM in de hand zal hij de wedstrijd vanop zijn kruispunt moeten volgen. In het dagelijkse leven houdt Van Oppens zich bezig met het installeren van flitspalen en het houden van snelheidscontroles: “Vrienden die je verwijten dat je ze weer geflitst hebt, dat is het boeiendste aan mijn job!”




Je speelde in je jeugd bij Beerschot, Lierse en GBA, en maakte op je 16de de overstap naar een buitenlandse club.
Dimitri Van Oppens: “Dat klopt. Ik ben toen bij PSV gaan voetballen. Er was ook contact met Heerenveen, Feyenoord en Vitesse, maar Eindhoven was dichter bij huis en ik kwam er terecht in een zeer aangenaam gastgezin. Ik tekende er een contract voor één seizoen met optie op nog twee bijkomende seizoenen. Tijdens dat eerste jaar, bij de scholieren, speelde ik goed. Ik was ook aanvoerder van de ploeg en dus werd de optie door PSV gelicht. Ik zat toen op de Topsportschool in Genk en daar werd ik opgepikt met een busje. Het tweede jaar was ik voltijds prof en ging ik niet meer naar school. In Nederland stopt men sowieso met middelbaar onderwijs op de leeftijd van 17 jaar. Toen ik 18 werd moest ik kiezen tussen een verlengd verblijf bij de tweede ploeg van PSV of een andere club. Ik kon een profcontract tekenen bij RKC of naar de a-kern van GBA. Ik koos voor Antwerpen omdat ik daar dan mijn zesde middelbaar kon afmaken.”

Met wie speelde je samen bij PSV?
Van Oppens: “Ik stond centraal in het middenveld samen met Ibrahim Afellay. Dat was zo’n beetje mijn maatje in de ploeg, een heel leuke jongen. Ismaïl Aissati die nu is doorgebroken bij Ajax zat een jaartje onder ons. Ook Marcel de Jong, nu prof bij Roda JC, speelde er. Yves Makalambay, die nu in Schotland keept, was onze doelman. Dat zijn de jongens die zijn doorbegroken. Met PSV speelden we elk jaar voor de titel. Het was altijd een strijd tussen ons en Ajax. Daar hadden ze Ryan Babel, Tom De Mul, Jan Vertonghen en Urby Emanuelson in de ploeg staan. Dat was natuurlijk de te kloppen ploeg. In de onderlinge wedstrijden lagen we niet onder, maar op het einde van de rit was het Ajax dat aan het langste eind trok. Dat waren wedstrijden met 4000 toeschouwers. Echt waanzinnig! Het was een fantastische leerschool. Voetbal wordt in Nederland op een heel andere manier beleefd. Hier primeert het fysieke en atletische aspect terwijl ze bij onze noorderburen met de techniek bezig zijn. Alles draait er rond de bal op training. Rondjes lopen deden we er zelden. De competitie was er ook zwaarder en je speelt er tegen geweldige ploegen op goed georganiseerde tornooien. Ik speelde in mijn jeugd tegen Real Madrid, Arsenal... tegen alle grote ploegen. Dat zijn de dingen waar je van droomt als jeugdspeler.”

Hoe kwam het dat je zo veel opties had om in Nederland te gaan voetballen op je 16de?
Van Oppens: “GBA stond toen bekend om zijn goede jeugdwerking. In die periode trokken heel wat jongens naar het buitenland. Kubilskis ging naar Nottingham Forest, Vertonghen en De Mul naar Ajax en ik naar PSV. Iedereen ging toen zijn eigen weg. Moussa Dembélé bleef, maar zette later ook de stap naar een Nederlandse club.”

Toen je weer bij GBA terecht kwam trainde je er onder Marc Brijs.
Van Oppens: “Ja, maar ik deed enkel mee in oefenwedstrijden. Met de winterstop in zicht kreeg ik de mogelijkheid om bij Bornem te gaan spelen. Dat stond toen laatste in derde klasse. Ik vertrok naar daar samen met twee Brazilianen, Joao Paulo en Luis, die wel al een paar selecties voor GBA hadden gehad. Uiteindelijk hebben we Bornem nog in derde kunnen houden. Daarna kon ik op GBA een profcontract tekenen voor heel weinig geld of naar FCN Sint-Niklaas trekken. Ik heb toen gekozen voor het geld. In derde klasse speelde ik een half jaar. Peter Van Wambeke was er trainer. Ik was 19 en stond regelmatig in de basis, wat niet evident is bij zo’n club aangezien ze een grote kern hadden. Op een gegeven moment werd Van Wambeke ontslagen. Theo Custers, die nu keeperstrainer is bij de nationale ploeg, was zijn vervanger. Die had het meer voor ervaring dan voor jong geweld. Bij de winterstop kreeg ik van Custers te horen dat ik mijn kans zou krijgen, maar ik had ondertussen mijn woord gegeven op Berchem dat toen bij de winterstop mee deed voor de titel. Samen met Rupert Suply kwam ik naar hier, we speelden een half jaar voor de titel die we net zijn misgelopen. Dat was onder Spaenhoven, een hele goede trainer.”

Waarom de keuze voor Berchem toendertijd?
Van Oppens: “Ik droomde er altijd van om bij GBA in de eerste ploeg te geraken. Dat is me niet gelukt. Antwerp lag toen gevoelig, nu zou ik dat geen probleem meer vinden. In het Antwerpse was Berchem Sport de volgende optie. Ik ben hier toen eens komen kijken en dan bemerk je het enthousiasme, het publiek, het stadion... Achteraf is het een goede keuze gebleken. Ik wist wel dat het vroeger een grote club was geweest en dat voel je hier ook nog. Hier heeft ooit iets op poten gestaan.”

Na anderhalf jaar Berchem trok je kort naar Dessel.
Van Oppens: “Ik tekende daar toen ze in tweede klasse speelden, maar de club zakte nog. Ik tekende in mei; in juni verliezen ze in de eindronde van Geel en zakken ze naar derde. Maar goed, ik speelde er elke wedstrijd mee en was daar echt gelukkig. Ik begon echter aan de politieschool en de combinatie met de lange rit naar de trainingen was ondoenbaar. Berchem stond toen bij de winterstop helemaal onderaan het klassement en deed een grote inspanning om me terug te halen. Andrews was hier toen trainer en uiteindelijk hebben we ons met Gilbert Van den Bempt nog kunnen redden in de wedstrijd tegen Petit Waret.”

Hoe was Colin Andrews als trainer?
Van Oppens: “Andrews is een speciale man. Ik vond dat echt geen slechte trainer. Hij heeft veel charisma en spreekt veel. Hij kan spelers opjutten. Maar als de resultaten niet volgen is de trainer kop van jut. Ik denk dat Andrews gewend was om ploegen te trainen die meededen voor de titel: Nieuwkerken, Racing Mechelen... Tegen de degradatie vechten vraagt een andere manier van werken. Misschien is dat hem fataal geworden als coach.”

Je hebt Berchem gedurende een periode van bijna 6 jaar meegemaakt. Hoe heb je de club zien evolueren?
Van Oppens: “Elk seizoen heb je op Berchem het gevoel dat het het jaar van de waarheid gaat worden. Jammer genoeg is het er nooit uitgekomen. Je voelt nochtans dat deze club heel wat mogelijkheden heeft, zowel qua structuur als qua omgeving. Maar als het in al die jaren niet één keer lukt, dan is dat zeer jammer. Hier is natuurlijk altijd veel druk en je hebt de pech dat tegenstanders meer gemotiveerd en geconcentreerd zijn als ze tegen ons spelen. Iedereen wil winnen van de ploeg van ’t stad in de reeks. Daarenboven is vierde klasse nu eenmaal een reeks waarin iedereen van iedereen kan winnen.”

Je vertrekt volgend seizoen naar Nieuwkerken. Wat is het hoogtepunt geweest in je Berchemse loopbaan?
Van Oppens: “Ik heb hier veel goede momenten gekend. De bekermatch op Sint-Truiden dit jaar was natuurlijk fantastisch. Ook het jaar van de barragewedstrijd tegen Petit Waret kan tellen. Je ziet Berchem op een gegeven moment in een zeer benauwde situatie en toch redden we ons nog. De laatste weken van dat seizoen haalde ik persoonlijk een hoog niveau. Dat deed me enorm veel plezier. Ik heb hier ook veel goede trainers gehad: Spaenhoven, Andrews, Van den Bempt, Van Dooren... Ook onze nieuwe coach kan ik erg appreciëren. Allemaal mensen die heel intensief met voetbal bezig zijn en waarmee ik een goede verstandhouding heb gehad. Maar hetgeen me het meeste zal bijblijven is de club zelf. Je komt hier binnen en ziet Maria zitten. Je mandje ligt klaar. Die familiale sfeer vind je echt niet overal. In Dessel bijvoorbeeld hadden ze een heel andere mentaliteit. Daar telde enkel het voetbal. Men was er minder bezig met de omkadering. Hier op Berchem heb je een combinatie van dat alles. Het is plezant voetballen hier. Maar goed, je moet keuzes maken. Ik word 24 binnenkort en dat lijkt me het goede moment om nog eens een stapje hoger te wagen.”

Tijdens dit laatste seizoen bij Berchem speelde je een tijdje noodgedwongen als centrale verdediger. Hoe viel dat mee voor jou persoonlijk?
Van Oppens: “Van jongs af aan ben ik een heel polyvalente speler geweest. Tijdens mijn opleiding bij PSV leerde ik zowel centraal achteraan als op het middenveld spelen. Later bij Bornem speelde ik zelfs als rechtsachter. Ik heb zowat overal op het veld gespeeld, maar liefst sta ik op het middenveld. Maar goed, als de ploeg in de problemen zit moet een trainer naar oplossingen zoeken en dan cijfer je jezelf een beetje weg in functie van het collectief. Persoonlijk vind ik dat ik in de verdediging beperkt word in mijn mogelijkheden. Op het middenveld kom ik meer tot mijn recht als speler.”

Afgelopen weekend speelden jullie thuis tegen Opwijk een uitermate flauwe wedstrijd, in groot contrast met de verplaatsing naar Londerzeel. Hoe kan een ploeg zo’n metamorfose ondergaan op 7 dagen?
Van Oppens: “Dat is heel moeilijk te verklaren. Is het een gebrek aan frisheid? Of misschien het grote veld hier thuis dat ons tegenwerkt? Ik heb de indruk dat we op verplaatsing beter spelen. Op Londerzeel bijvoorbeeld spelen we een heel goede wedstrijd. We komen daar 2-0 achter, maar iedereen voelde toen aan dat we daar echt niet gingen verliezen. En de week erna lukt niets. Hetzelfde verhaal in de wedstrijden tegen Lyra en Meldert. Eerst een fantastische wedstrijd en een paar dagen later verliezen we. Is het de vorm van de dag? Dat zou eigenlijk niet mogen...”

Misschien heb je wel gelijk als je het over het grote veld hier in het Ludo Coeckstadion hebt.
Van Oppens: “Dat kan wel. Ik denk dat het grote veld vooral een probleem is als we het spel niet zelf dicteren en de tegenstrever baas is. Dan is spelen op een groot veld nog moeilijker: de ruimtes worden groot en je loopt heel de tijd achter de bal. Maar als je de tegenstander je wil opdringt, zoals tegen Lyra, dan speelt dat veld weer in je voordeel. In elk geval, de match tegen Opwijk was een wedstrijd die we moesten winnen, maar misschien nog meer een die we niet mochten verliezen. Het was een barslechte prestatie, maar we hadden kunnen winnen. We hebben er in elk geval de kansen voor gehad. Nu komen er nog twee heel zware wedstrijden, al hebben we nog steeds de beste papieren. Als we een 6 op 6 halen, blijft Berchem in 4de. Ik ben er zeker van dat we ons redden want Berchem kan van iedereen winnen. Dit zijn nu de twee weken van de waarheid. Londerzeel, Opwijk en Vilvoorde, die halen niet allemaal 6 op 6.”

Die zeggen wellicht hetzelfde over Berchem...
Van Oppens: “Dat kan, maar ons voordeel is dat Bornem al kampioen is – en zoiets kruipt op een gegeven moment toch in de kleren bij hun spelerskern – en Wijgmaal al zeker van de eindronde. Maar goed, iedereen wil winnen, onze concurrenten ook. Wij zijn in de kleedkamer in elk geval niet bezig met rekenen. We willen er voor gaan en de drie punten pakken. Wij blijven geloven in onze eigen kwaliteiten. Die 1-1 tegen Opwijk is geen reden om te panikeren. Een aantal weken geleden stonden we er trouwens slechter voor. We hebben toen voor onszelf uitgemaakt dat het seizoen duurt tot de laatste speeldag. Dan zullen we zien of we ons doel hebben gehaald. Ik heb er trouwens al heel de week een goed gevoel over. Ik denk dat Berchem zeker iets kan gaan rapen in Bornem. In de heenmatch hebben we per slot van rekening van hen gewonnen, dus het kan. We weten dat ze een sterke ploeg hebben, maar elk elftal heeft zijn gebreken. Als we die kunnen bloot leggen, zit het er zeker en vast in voor ons om daar punten te gaan pakken. Het heeft ook met een zekere fierheid te maken. Als we dat zwart-gele shirt aandoen, kunnen we van iedereen winnen. Dat hebben we in bepaalde wedstrijden ook duidelijk laten zien. Tegen de topploegen uit de reeks kunnen we ook wat meer. Dan kan er meer gevoetbald worden.”

Tot slot, je verhuist binnenkort naar Nieuwkerken in 3de klasse. Waar zie je jezelf nog uitkomen in je carrière?
Van Oppens: “Ik ben nu 23, dus ik heb nog een lange weg te gaan. Ik bekijk het liever seizoen per seizoen. Ik ben in elk geval heel blij dat Nieuwkerken me de kans geeft om weer in 3de te gaan spelen. Ik heb bewezen in Dessel dat ik dat aan kan, al is Nieuwkerken toch weer een ander verhaal: de kern is daar altijd behoorlijk groot en sterk. Maar opnieuw meer trainen, trainen met andere spelers in een andere omgeving... Dat is een mooi vooruitzicht. Ik wil zelf blijven evolueren als speler en dan zien we wel waar het eindigt. De eerste stap is mezelf weer bewijzen in derde nationale. Maar dat is voor na de redding met Berchem.”

Als je even alle rationaliteit overboord gooit, bij welke ploeg zou je dan ooit nog willen spelen?
Van Oppens: “Als tegenstander tegen GBA voor de beker spelen, zie ik nog wel zitten. Op het Kiel uiteraard. Met een beslissende actie van mezelf, dat zou een mooi cadeau zijn. Als het echt moet, mag dat zelfs in een Antwerp-truitje zijn.”

Bij Antwerp in derde klasse dan?
Van Oppens: “Dat kan toch? (lacht)”

   
 
 
Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army
Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army
© 2006-2010 - K. Berchem Sport 2004 vzw - Alle rechten voorbehouden | Disclaimer | Webteam: webteam@berchem-sport.com