|
"Er zal nog leven na het voetbal zijn"
Net zoals vorige week halen we een speler met een Booms verleden voor onze microfoon. De 32-jarige Thierry Flies - momenteel bezig aan zijn tweede seizoen op Berchem - debuteerde 16 jaar geleden bij het toenmalige FC Boom in derde klasse. Nadien speelde hij op het hoogste niveau bij Beveren en Oostende, en in tweede bij Hamme en Bergen. Tegenwoordig combineert hij het sporten met een voltijdse betrekking als boekhouder en is hij bewust een trapje lager gaan voetballen om meer tijd voor zijn kinderen te hebben. Maar laten we beginnen bij het begin: zijn eerste seizoen in de A-ploeg van FC Boom.

Thierry Flies: "Ik draaide meteen een heel seizoen mee met de eerste ploeg, waardoor ik opgemerkt werd door eersteklasser SK Beveren. Ik heb bij hen getekend en vervolgens zakten ze nog naar tweede klasse. Ik vond dat toen helemaal niet erg. In tweede zou ik meer speelgelegenheid krijgen. Bij Beveren speelde ik samen met de Fransman Thierry Pister, Carl Massagie, Hans Belligh, Yves Essende, Gunther Sterckx en Bart Van den Eede. Van den Eede is maar een maand ouder dan ik. We waren toen allebei jonge gasten aan het begin van onze carrière. Franky Frans was onze doelman; Erwin Lemmens zat ook in de kern. Dat zijn toch allemaal wel redelijk klinkende namen. Dat seizoen speelden we kampioen en ik mocht opdraven in een kleine twintigtal wedstrijden. Ik mocht niet altijd starten, maar op het einde van de competitie - pakweg de laatste zes wedstrijden - stond ik wel in de basis. Dat was als jonge speler een fantastische ervaring. Een promotie naar eerste is geen slecht begin als 18-jarige. In het begin van het volgende seizoen bij Beveren moest ik me eerst tevreden stellen met invalbeurten, en toen ik eindelijk in de ploeg geraakte, liep ik een blessure op: een barst in mijn knieschijf. Ik stond zes weken aan de kant en toen ik bezig was met mijn revalidatie bij Lieven Maesschalck wisselde de club van trainer. Paul Theunis werd vervangen door Stany Gzil, en die speelde met slechts één spits. Er liepen toen bij Beveren een vijftal spitsen rond, dus dat was een klein probleem. De club besloot me het volgende seizoen uit te lenen aan Oostende, dat toen ook in eerste klasse speelde."
Daar heb je onder Jean-Marie Pfaff getraind?
Flies: "Inderdaad. Dat was heel leuk, al was Pfaff wel veroordeeld nog voor hij één training had gegeven. Ik vond dat zeer jammer. Voor mij persoonlijk was de komst van Pfaff ideaal. Wellicht had het te maken met ons gemeenschappelijk Bevers verleden: hij gaf me zeer veel vertrouwen en ik stond gedurende die drie maanden, net zoals daarvoor onder Dennis Van Wijk, in de basis. Aan Jean-Marie Pfaff heb ik trouwens een goede kennis overgehouden. Je hoort me niet zeggen dat we mekaar bellen, maar als ik hem tegenkom, is dat toch altijd een hartelijke ontmoeting. Ik speelde dat seizoen 25 wedstrijden, maar liep tijdens de tweede seizoenshelft een kwetsuur aan de enkel op. Nadien heb ik niet meer gevoetbald voor Oostende. Wie het daaropvolgende seizoen niet bleef, mocht vanaf halverwege april thuis blijven. We werden betaald, maar moesten eenvoudigweg niet meer opdagen."
Na het seizoen moest je terug naar Beveren dat je had uitgeleend?
Flies: "Dat klopt, maar Bergen, waar mijn ex-collega Thierry Pister trainer was geworden, wilde me graag overnemen. Gzil beweerde me het volgende seizoen bij Beveren absoluut nodig te hebben. In de voorbereiding liep alles goed: ik speelde 10 wedstrijden en scoorde daarin 8 keer. Van zodra de competitie begon zat ik echter niet meer in de kern. In eerste instantie lag ik er niet echt wakker van, al was het al halverwege augustus. Na twee weken, begint het je dan toch te dagen, dat er een probleem is. Gzil vertelde me toen dat hij me toch niet nodig zou hebben. Het was ondertussen eind augustus en ik had geen zin om heel het seizoen bij de reserve te spelen als ik elders in de eerste ploeg kon staan. Bij Bergen kon ik niet meer terecht. Plots diende Hamme zich aan. Op één dag was alles rond. Een seizoen lang hebben we daar toen aan de kop van het klassement in derde gespeeld. Mijn eerste jaar bij Hamme was daardoor heel geslaagd. Ik scoorde 13 doelpunten. Aangezien ik van het contract met Beveren verlost was, kon ik gaan en staan waar ik wilde. Het seizoen daarop kon ik dan alsnog aan de slag bij Bergen. De club was net gepromoveerd naar tweede en we beleefden er een fantastisch seizoen. Ik vond 14 keer de weg naar het doel en we speelden de eindronde om naar eerste te gaan. We zijn in die eindronde gestrand, maar dat neemt niet weg dat het een zeer leerrijke ervaring was. Bij Bergen waren ze ambitieus: het volgende seizoen moest de promotie behaald worden. Ik mocht blijven, maar een deel van mijn budget zou naar nieuwe spelers gaan. Ze trokken de Tsjech Tomas Herman en Pascal De Vreese, die ook nog voor AA Gent in eerste had gespeeld, aan. Ik zou dus wel eens naast de ploeg hebben kunnen vallen. Het feit dat ik daarenboven dagelijks 200 km naar Bergen moest rijden via de Brusselse ring, deed me besluiten weer dichter bij huis te gaan voetballen."
Het werd opnieuw Hamme?
Flies: "Ja, Hamme was meteen weer geïnteresseerd. Ik heb vervolgens nog vijf seizoen voor die schitterende club gespeeld. Hamme is geen traditieclub, maar wel een gezellig, familiaal clubje met schitterende supporters. Het had iets van het huidige Berchem, maar dan op het platteland: gezellig en warm. We speelden thuis voor een goede 1000 supporters. Het eerste jaar gingen we over naar tweede via de eindronde; in tweede schommelden we elke keer rond de tiende plaats. Mijn laatste seizoen bij Hamme deden we zelfs mee met de eindronde. Ondertussen is de club gezakt naar derde. Ik denk dat ze nu zesde staan. Hamme zal ik altijd in mijn hart dragen."
Vervolgens werd het bij RS Waasland geen onverdeeld succes?
Flies: "Het eerste jaar wel. Ik maakte een 14-tal doelpunten. Het tweede seizoen bij Waasland was echter dramatisch. Ze hadden er een legertje Fransen binnen gehaald, wat er voor zorgde dat je in de kleedkamer twee groepen kreeg: de franstaligen en de nederlandstaligen. De sfeer en de resultaten waren slecht. Ik had ondertussen ook twee kinderen - ze zijn nu 3 en 4 jaar oud - en die sliepen zeer onrustig. Ze hielden mijn vrouw en ik elke nacht wakker. Soms moesten we acht keer per nacht uit ons bed. Op de duur was ik fysiek niet meer in staat om te voetballen. Overdag trainen en 's nachts wakker liggen is geen houdbare combinatie. Voor mij was dit een kantelmoment in mijn carrière: ik besloot een trapje lager te gaan spelen en stapte halverwege het seizoen over naar Willebroek. Na een paar maanden begon mijn leefritme te beteren en kon ik behoorlijk mee tijdens de voorbereiding. Ik was me echter bewust van het feit dat de trainer niet achter mij stond. Ik moest niet, maar mocht wel weg. Ik ben dan één keer hier op Berchem geweest en ik was meteen verkocht."
Hoe kwam dat?
Flies: "We speelden tijdens de voorbereiding op Berchem. Ik had last van mijn rug en speelde niet. Ik ben na de wedstrijd blijven hangen aan de toog met de toenmalige trainer Philip Van Dooren en met Kevin Pinson die ik nog kende van bij Hamme. Het werd laat en zij konden me overtuigen om voor Berchem te kiezen. Gezien de warmte die deze club uitstraalt en de fantastische supporters, heb ik er nog geen moment spijt van gehad."
Ging het voetballen op lager niveau gepaard met een overstap van professionalisme naar een amateur-statuut?
Flies: "Nee, ik was al eerder beginnen werken. Zo ongeveer toen mijn vrouw in verwachting was van ons eerste kindje. Ik realiseerde me dat er nog leven na het voetbal zou zijn. Voetbal kan van vandaag op morgen gedaan zijn. Stel dat ik mijn been breek en ik kan niet meer voetballen, dan sta ik daar zonder inkomen. Ik heb kinderen en ik heb een huis af te betalen. Mijn vrouw studeerde in die tijd ook nog. Het moment was aangebroken om zekerheid in te bouwen. Tijdens mijn laatste seizoen bij Hamme trainden we enkel 's avonds omdat er ook spelers waren die er overdag een gewone job op nahielden. Ik heb toen werk gevonden dat me op het lijf geschreven is. Ik begon twee halve dagen per week te werken als boekhouder bij een klein farmaceutisch bedrijf. Geleidelijk aan heb ik dat opgebouwd: eerst één dag, daarna halftijds en tot slot, sinds twee jaar, voltijds."
Zitten er toekomstige voetballers bij je kinderen?
Flies: "De jongste wel, die is zot van voetbal. Die ga ik niet kunnen tegenhouden. De oudste minder, al kan dat natuurlijk nog veranderen. Ze moeten vooral doen wat ze graag doen. Als ze basket of tennis willen spelen, is dat voor mij ook goed."
Ik heb de indruk dat ik je vooral met de voet zie scoren bij Berchem. Je staat nochtans bekend als een kopbalsterke spits.
Flies: "Om te scoren met het hoofd, moet je natuurlijk een perfecte voorzet krijgen. Voor alle duidelijkheid: ik wil niemand iets verwijten, maar de laatste pass is dit seizoen niet altijd verzorgd. We trainen slechts drie keer per week, en er zijn belangrijkere zaken dan voorzetten trappen om op te oefenen. Mijn kopspel kan ik vooral gebruiken op lange ballen. Ik denk te mogen stellen dat ik zelden kopbalduels verlies. Soms tot grote ergernis van tegenstanders. Met mijn ervaring kan ik in veel situaties het voordeel naar Berchemse kant laten overhellen, als je begrijpt wat ik bedoel. Het is een kwestie van aanvoelen."
Heb je een ideaalbeeld van wat een spits zou moeten zijn?
Flies: "Ruud van Nistelrooy: die staat altijd op de juiste plaats binnen het strafschopgebied. Hij is snel en technisch onderlegd, weegt op een verdediging en komt goed voor zijn man. Zijn ploegmaats weten waar hij loopt. Ze moeten de bal in de juiste richting geven en hij zal ze dan wel binnen stampen."
Welke ploeg kan je, wat betreft speelstijl, het meest bekoren?
Flies: "Barcelona. Die spelen altijd in één tijd en in driehoekjes met veel volk rond de bal. Ze zijn in staat om op balbezit te spelen en te wachten op een opening. Op het juiste moment spelen ze het dan uit. Het zijn stuk voor stuk fantastische spelers. In niets te vergelijken met ons hier."
Nochtans, ooit was het anders. Berchem speelde vriendschappelijk op FC Barcelona in 1950 en verloor er met slechts 4-2...
Flies: "Echt waar? Ik zou dat boek over de geschiedenis van Berchem toch eens moeten lezen."
Toen je bij Berchem kwam spelen, zei je in een interview dat je hoopte op positief ingestelde supporters. Een slecht draaiende ploeg komt er namelijk sneller bovenop als de supporters achter de spelers staan. Valt het mee?
Flies: "Voor vierde klasse heeft Berchem behoorlijk wat supporters. Het zijn kritische supporters, maar dat is oké. De mensen betalen, dus mogen ze hun mening uiten. De afgelopen twee weken hebben we trouwens niet te klagen. Zondag kwamen we met tien man te staan en speelden we geen al te best voetbal in de tweede helft, maar iedereen bleef positief. We hebben allemaal geknokt en gewerkt. Het is niet eenvoudig als supporters je dan staan uit te schelden. Als je aangemoedigd wordt, zetten spelers makkelijker een stap extra. Dus, zoals gezegd: in moeilijke tijden kan een ploeg duidelijk beter spelen met de steun van supporters."
Jullie hebben de wedstrijd tegen Oosterzonen vlak na Hegelmeers' rode kaart efficiënt lam gelegd om de tegenstander uit zijn ritme te halen.
Flies: "We mochten ze toen inderdaad niet in hun spel laten komen. Ik denk dat we dat uitstekend gedaan hebben, zonder dat het de spuigaten uitliep met tijd rekken. Ik vind dat de scheidsrechter het spel had moeten stilleggen bij de blessure van Delalieux. Als spelers een luchtduel aangaan en iemand blijft liggen met handen op het hoofd, is het aangeraden om even te controleren wat de aard van de blessure is. Dat gebeurde zondag niet. De scheidsrechter keek zelfs weg. Het is uitgerekend de speler die de fout op Delalieux maakt die scoort. Hij kon eenvoudig ongedekt naar voren trekken en scoren. Dat kost ons dan twee punten die in de eindafrekening wel eens heel belangrijk kunnen worden."
Zijn jullie als ploeg, ondanks het puntenverlies, tevreden met de prestatie?
Flies: "Zeker. Het resultaat is een kwestie van eenvoudigweg het geluk niet aan onze zijde te hebben. Uit de manier waarop we gespeeld hebben, moeten we het nodige vertrouwen putten. We moeten de zes resterende wedstrijden op dezelfde manier aanpakken. Met iets meer geluk pakken we dan wel punten."
Er komen nu drie wedstrijden in zeven dagen aan. Dat is niet min.
Flies: "Een Engelse week, zoals men zegt. Dat is zeker niet onaangenaam. Er wordt anders getraind, met niets anders dan aandacht voor de eerstkomende match. De training op dinsdag zal enkel dienen om te recupereren. De drie tegenstanders zijn allemaal middenmoters; geen toppers en geen ploegen die nog iets te winnen of te verliezen hebben. We halen dus best nu zo veel mogelijk punten. Als we maandag van Lyra kunnen winnen, zijn we misschien vertrokken. Misschien hebben we een overwinning nodig om wat extra vertrouwen op te doen en een goede reeks in te zetten. Voor nieuwjaar is dat al eens gebeurd: na een moeilijke periode winnen we een keer en zijn we meteen vertrokken voor een zestal goede wedstrijden. De winterstop en de uitgestelde matchen hebben ons toen uit onze goede vorm gehaald. Ik denk niet dat we nu moeten panikeren, maar het is wel hoog tijd om punten te beginnen winnen. Nu hebben we alles nog in eigen handen."
Hoopgevend is het teruggevonden enthousiasme.
Flies: "Dat is het gevolg van heel wat zaken: vertrouwen, een nieuwe trainer, nieuwe wetten, er worden andere accenten gelegd op training, spelers moeten zich weer bewijzen… Het was niet de schuld van de vorige trainer dat er geen vertrouwen meer was. Verandering van spijs doet nu eenmaal eten."
Wat me al meermaals is opgevallen, is dat je een faire speler bent.
Flies: "Soms ben ik te eerlijk, alhoewel een paar spelers van Oosterzonen dat schijnbaar niet vonden. Aan dat contact in de eerste seconden kon ik niets doen. De speler van Oosterzonen trapt de bal weg en laat daarbij zijn been doorzwaaien. Ik maakte geen beweging; hij trapte op mij. Ik sprong en hij raakte mij tegen de onderkant van mijn voet. In elk geval: ik ben zeker niet de vuilste speler. Fairplay vind ik eigenlijk toch wel heel belangrijk in voetbal. Je moet hard zijn in de duels, maar ook eerlijk. Je moet een foutieve actie durven toegeven. Als ik een fout maak, dan geef ik dat meteen toe. Zo zit ik in mekaar. Ik kan hard zijn, maar ik ben geen geniepige speler die ellebogen uitdeelt. Je wint daar toch niets mee. Je gaat er zelf niet beter door spelen."
Wie wordt volgens jou kampioen in vierde klasse B?
Flies: "Bornem. Ze hebben een evenwichtige ploeg met veel ervaring. Een aantal spelers daar hebben vroeger op een hoger niveau gespeeld. Met Van Hoeylandt en Yzewyn hebben ze vooraan spelers rondlopen die echt wel kunnen voetballen."
Wie heeft het potentieel om mee te stijgen?
Flies: "Wie mij ook heeft bekoord is Grimbergen. Zeker hier bij ons speelden ze erg sterk. Bij hen hebben we het zelf weggegeven."
Wie zakt?
Flies: "Berchem in elk geval niet. De rest maakt ons niet zo veel uit."
Tot slot: je bent nu 32. Hoe lang wil je nog voetballen? Heb je al plannen voor later?
Flies: "Als mijn gezondheid goed blijft, wil ik graag nog drie jaar voetballen. Ik zie me daarna niet meteen iets anders in de voetballerij doen. Ik heb niet de ambitie om trainer of jeugdtrainer te worden. Ik moet thuis de kerk een beetje in het midden houden. Tegen dan zal mijn jongste zoon wellicht zelf voetballen. Misschien veranderen mijn plannen nog in de komende drie jaar, maar momenteel heb ik er absoluut geen behoefte aan."
|