| Nieuws   | Club   | Seizoen   | Staff   | Geschiedenis   | Contact
| Ticketinfo   | Stadion   | Spelerskern   | Commercieel   | Beeld   | Links
 
 
 
 
Geschiedenis

Wie zeer uitgebreid over de geschiedenis van onze geliefde club wil lezen, kijkt best even op de pagina over de uitgaven over "100 jaar Berchem Sport". Hieronder vindt u een beknopt chronologisch overzicht met hoogte- en dieptepunten, bekende en minder bekende namen, vanaf het jaar van oprichting van Berchem Sport tot het hedendaagse Koninklijk Berchem Sport. Met uitzonderlijke dank aan Karl Böhrer, die een groot deel van onze geschiedenis in zijn bezit heeft, en nog steeds naar al hetgene wat met onze club te maken heeft op zoek is.



1906
Op 13 augustus 1906 vond de oprichting plaats van Berchem Sport, toen nog uitsluitend een worstel- en atletiekclub, door enkele “Vlaamsche Vrienden”. Vandaar ook de latere geelzwarte kleuren. De plaats van oprichting, zoals vaak, een café en in dit geval café Limburgia in de Beernaertstraat.
De sporten die werden beoefend waren "gewichtwerpen, lopen, hoog- en verspringen met aanloop of vanuit stand en koordtrekken." Tijdens de wintermaanden kwamen daar ook stokvechten en worstelen in Grieks-Romeinse stijl bij.

1908
Op 22 april 1908 werd de voetbalafdeling opgericht, op 9 augustus 1908 werd het eerste terrein ingehuldigd. Voetbal was lange tijd een taboe geweest binnen de club, een “duivelsch spel”, maar uiteindelijk wonnen de voorstanders toch het pleit. De vereniging sloot zich aan bij de UBSFA, de latere Belgische voetbalbond, en zou in de jaren ’20, wanneer de stamnummers werden ingevoerd, het stamnummer 28 krijgen.
Voetbal was toen lang nog niet de populaire sport die ze nu is. Antwerp FC bestond dan wel al bijna 30 jaar. Wielrennen, zowel op de baan als op de piste, verschillende vormen van vechtsporten (worstelen, boksen, catch) en zelfs vliegen (bijv. Jan Olieslagers) waren veel populairder dan voetbal.
Je kan dat nog het best zien als je een krant of een sporttijdschrift van voor de eerste wereldoorlog openslaat. Pas na de eerste wereldoorlog (waar voetbal een favoriet tijdverdrijf werd van de soldaten achter de loopgraven) en dan vooral na de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen (waar België Olympisch kampioen werd) werd voetbal in België sport nummer één.
Rond die tijd begon het voetbal ook op het platteland door te breken, waar het eerder vooral een zaak van de steden was en van de katholieke jongensscholen.
Eerste officiële wedstrijd op het terrein aan de Molenbaan, "nevens het kerkhof", ongeveer ter hoogte van de huidige Koninklijke Laan. Tegenstander: Pennepoel Sportif uit Mechelen. Over de juiste uitslag van deze wedstrijd spreken de bronnen elkaar tegen, de ene heeft het over 3-1 winst, een ander over 1-5 verlies.
Op 4 oktober 1908 startte het eerste officiële kampioenschap, Berchem stelde twee elftallen in lijn, twee seizoenen later waren dat er al vijf.

1910
In het seizoen 1910-1911 werd Berchem Sport Provinciaal Kampioen Tweede Afdeling (= huidige derde klasse), eindigde tweede in de nationale eindronde, maar steeg na opgave van Ukkel Sport alsnog naar Promotie, de huidige tweede afdeling. Berchem was hiermee de vijfde Antwerpse club die tot de hoogste regionen van het nationale voetbal doordrong, na Antwerp, Beerschot, de Antwerp Football Alliance en AS Anversoise-Borgerhout.

1911
De promotie kwam er te snel. In het seizoen 1911-1912 degradeerde Berchem erug naar tweede afdeling, samen met stadsgenoot AS Anversoise.

1912
Berchem verhuisde begin 1912-1913 naar het terrein aan de Grote Steenweg, achter de afspanning van 'Moederke De Hert', grootmoeder van de latere tandem Stan en Bert De Hert. Met het 'Tijdperk bij Moederke De Hert' werden de eerste hoogdagen van de club aangeduid, pakweg halverwege de jaren '20.

1913
Eerste plaats in de provinciale voorrondes in 1913-1914, 11 wedstrijden gewonnen, 1 gelijk, geen enkele verloren en een indrukwekkend doelgemiddelde van 53 voor en 3 tegen. Provinciaal kampioen in de daaropvolgende provinciale eindronde; tweede plaats in de nationale eindronde die recht gaf op een ticket naar promotie.
Opmerkelijkste speler Oscar Hellings, nauwelijks 16, broer van de latere voorzitter Jef. Oscar Hellings overleed in 1915 als oorlogsvluchteling in Bergen-op-Zoom. Ook aanvoerder Campaert werd tijdens zijn ballingschap in Nederland zwaar gewond en kwam na de oorlog niet meer aan voetballen toe.

1914-1919
WO I en dus geen competitievoetbal. Tijdens de winter van 1915-1916 wordt een officieus provinciaal kampioenschap op touw gezet, later ook een 'Derby-kampioenschap' tussen de 4 stadsteams: Antwerp, Beerschot, Berchem en St-Ignatius.
In 1918 scheelde het weinig of het terrein aan de Grote Steenweg ware volledig in een... patattenveld herschapen, letterlijk dan.

1919-1920
6de plaats Promotie (tweede afdeling)

1920-21
6de plaats Promotie

1921-22
2de plaats na kampioen Ukkel Sport en opklimming naar de hoogste afdeling!

1922-23
10 september 1922: 2-2 gelijkspel tegen de latere kampioen Union St.-Gillis; wedstrijd die volledig werd gefilmd, maar waar de band zich momenteel bevindt is een goed bewaard geheim, we vermoeden dat deze verloren is gegaan. Hoogste afdeling, 10de plaats op 14 ploegen. Verlies bij de rechtstreekse concurrenten in de slotweken gaf aan de competitie nog een spannend einde, maar Berchem eindigt uiteindelijk op een mooie tiende plaats op veertien mededingers.

1923-24
Hoogste afdeling, 10de plaats op 14 ploegen. We onthouden vooral de laatste speeldag: Beerschot stond twee punten voor op Union. Om kampioen te worden moest Beerschot op 13 april minstens 1 punt meebrengen uit de wedstrijd tegen Racing Brussel aan de Ganzenvijver, het ongenaakbaar gewaande Union moest thuis tegen Berchem, een makkie. Beerschot verloor op Racing, in een wedstrijd waarin de leiding van ref Barette, ooit nog voorzitter van Union, fel werd betwist. Anti-climax voor de meegereisde Beerschot-aanhang, tot uit het Dudenpark het telefoontje kwam dat Union niet verder was geraakt dan een 1-1 tegen Berchem. Beerschot kampioen!!
Beerschot- en Berchemspelers alsook hun supporters zouden toen samen vanuit Brussel naar Antwerpen zijn getreind, alwaar spontaan een gezamenlijk supportersfeest zou zijn ontstaan.

1924-25
Hoogste afdeling, 7de plaats. De twintiger jaren worden, ook al werd dit nooit in ereplaatsen uitgedrukt, algemeen beschouwd als de eerste bloeiperiode van de club.
Berchem had een sterk en gewaardeerd elftal, in de voorlinie stonden o.m. Pol Dries, Staf Van Goethem, en Jef 'Tap' Taeymans, drie internationals overigens. Leuk detail: Pol Dries was Berchems eerste Rode Duivel, zijn zoon Marcel in de jaren '50 de laatste (Ludo Coeck, Eric Van Meir en Philip Clément die ook ooit voor Berchem uitkwamen maar pas later werden geselecteerd niet meegerekend)
In totaal telde Berchem tussen 1924 en 1959 17 internationalen in haar rangen. Middenveld: Claes, Cootmans en Van den Ouden, eveneens alle drie internationaal.
Achterin Nic. Hoydonckx, u raadt het al, ook international. Voorzitter en dit tot aan WO II, waarin hij op spijtige wijze in opspraak zou komen: Jef Hellings die er reeds vanaf het prilste begin bij was als speler en tussendoor ook nog even trainer was. Volgens Marcel Dries heeft Berchem twee grote voorzitters gekend: deze Hellings en de befaamde Dokter Rombouts (de dokter Martens van zijn tijd zeg maar, o.m. de vaste sportarts van Rik Coppens in diens gloriejaren, maar ook van de Queen !), die in 72 opstapte.
Naast Hellings stond de flamboyante ere-voorzitter Harry Wilson Burnyeat, een Engels koopman die een 'kasteeltje' bezat in Brasschaat. Had het aanvankelijk bij Beerschot geprobeerd (l' Histoire se répète); berucht om zijn garden party’s en rijkelijke dinee’s; trakteerde zijn spelers geregeld op snoepreisjes naar het buitenland. Vandaar wellicht dat deze episode als eerste bloeiperiode te boek staat.

1925-26
Hoogste afdeling, 6de plaats.

1926-27
Hoogste afdeling, 5de plaats.

1927-28
Hoogste afdeling, 4de plaats.
Mei 1928, een gemengd Berchem-Antwerp elftal speelt als eerste Belgische team wedstrijden op het Ierse eiland.

1928-29
Hoogste afdeling, 7de plaats.

1929-30
Hoogste afdeling, 12de plaats.
25 augustus 1929 inhuldiging van het nieuwe stadion aan het Rooi met een wedstrijd tegen PSV Eindhoven. Einduitslag: 2-3.

1930-31
Hoogste afdeling, 3de plaats. Zilveren jubileum, benoeming tot koninklijke maatschappij (= na 25 jaar bestaan); voortaan heet de club officieel Royal Berchem Sport (op z’n Engels, niet op z’n Frans).
Een nieuwe lichting zwaargewichten: Miel Stijnen, jarenlang aanvoerder van de nationale elf; Warre van Brandt; Stan Joacim, de 'Leeuw van Vlaanderen; Louis Verboven en Rik Woestad; alle 5 internationals.

1931-32
Hoogste afdeling, 5de plaats.

1932-33
Hoogste afdeling, laatste plaats en degradatie.

1933-34
Eerste afdeling (= tweede klasse), kampioen reeks B.

1934-35
Hoogste afdeling, 9de plaats.

1935-36
Hoogste afdeling, laatste plaats; absoluut dieptepunt tot dan toe.
De Belgische Voetbalbond zag in wat men in de meeste buurlanden reeds lang had ingezien, nl. dat integraal amateurisme in de voetbalsport niet langer houdbaar was. In 1935 werd het onderscheid ingevoerd tussen de amateur en de 'Onafhankelijken Speler' of niet-amateur. Aan het betalen van de spelers veranderde weinig. Wat voordien oogluikend werd toegestaan (m.a.w. onder tafel betalen van de spelers; niet nieuws onder de zon) werd nu officieel bekrachtigd.
Het transfersysteem onderging wel ingrijpende wijzigingen. Voetballers konden voortaan naar believen worden verkocht en gekocht. De markt der spelers werd opengesteld. Dokter Gianola, de bijdehandse voorzitter van Olympic Charleroi, een bescheiden bevorderingsclub, liet zich dit geen twee keer zeggen en kocht in Vlaanderen een volledig elftal bijeen. Vooral Berchem deelde in de klappen. De verhuis naar het Rooi, enkele jaren eerder, had zulke schulden met zich meegebracht dat men de beste spelers moest laten gaan. Stijnen, Verboven, Van Brandt en Joacim werden samen aan de Karolingers verkocht. Verder vertrokken Kersse naar Gantoise, Willems naar Aalst en het duo Demolie-De Hoey naar Edegem.
Sportief was Berchem tegen deze aderlating niet opgewassen. Het seizoen 1935-36 werd een ramp: laatste in hoogste afdeling met een totaal van amper 8 punten. Olympic daarentegen plukte de vruchten van zijn aankopen. Het klom onder aanvoering van de veelzijdige Miel Stijnen in twee seizoenen van bevordering naar ere-klasse. De ploeg die, op doelman Louis na, uit Vlaamse huursoldaten bestond hield er de smalende bijnaam 'Flaminpic' aan over.
Het zou bijna 10 jaar duren eer Berchem zijn plaats in hoogste afdeling opnieuw zou innemen, al scheelt het vaak heel weinig. Rond Pels en Nelis werd een nieuw elftal gebouwd. Vooral de laatste, Jef Nelis, was een natuurtalent met een hard en precies schot, voor wiens acrobatieën men op de tribune ging rechtstaan.
Sommige kranten zagen in hem reeds een nieuwe Braine (Raymond Braine van Beerschot, de Rik Coppens van voor de oorlog zeg maar). In 1940 debuteerde hij in de nationale elf, maar een ernstige blessure en het uitbreken van de oorlog zetten een rem op zijn carrière.

1936-37
Tweede klasse B, zesde plaats.

1937-38
Tweede klasse B, tweede plaats.


Stan De Hert (onderste rij, 2de van links) en Jef Staelens (onderste rij, 3de van links) in een jeugdelftal


1938-39
Tweede klasse A, derde plaats.

1939-40
Provinciale noodcompetities.

1941-42
Tweede klasse B, tweede plaats op 1 punt van Racing Brussel.

1942-43
Kampioen tweede klasse B, én kampioen tweede klasse na een prestigeduel tegen de kampioen uit reeks A, Lyra. Een nieuwe generatie bood zich aan: de gebroeders Leon (International) en Marcel Aernaudts, Stan en Bert (International) De Hert, Joske Mersie, 'Broer' Van de Ven, Staelens en Van Nueten. Ze zouden voor de tweede, en grootste, periode van bloei zorgen.

1943-44
Hoogste afdeling, zesde plaats; kompetitie niet volledig afgewerkt. Het daaropvolgende seizoen vonden helemaal geen officiële kompetities plaats.

1946-47
Hoogste afdeling, zesde plaats.

1947-48
Hoogste afdeling, zevende plaats

1948-49
De eerste van de drie gouden jaren. Berchem werd drie maal na elkaar vice-kampioen van België achter het Anderlecht van 'Bombardier' Jef Mermans en voor het Racing Mechelen van Rik De Saedeleer. De laatste maal, in 1951, eindigde Berchem zelfs op een gedeelde eerste plaats met Anderlecht, maar het minste aantal verloren wedstrijden gaf toen nog de doorslag. Korte tijd later werden de reglementen veranderd naar de nog steeds geldende regel waarbij de club met het hoogste aantal gewonnen matchen wint... Indien de regel vroeger zou zijn ingetreden had Berchem toen de titel kunnen vieren.

1. Anderlecht 30 20 9 1 72 45 41
2. Berchem 30 16 8 6 56 38 38
3. Standard 30 17 9 4 57 48 38


Boven: Adriaenssens - L. Aernaudts - De Groote - Pieters - M. Aernaudts - Van de Ven - Verboven (trainer)
Onder: Van Noten - Mersie - Dries - A. De Hert - C. De Hert


1949-50
1. Anderlecht 30 19 4 7 75 44 45
2. Berchem 30 17 7 6 68 48 40
3. RC Mechelen 30 17 9 4 76 53 38

1950-51
1. Anderlecht 30 13 5 12 66 38 38
2. Berchem 30 17 9 4 71 48 38
3. RC Mechelen 30 13 7 10 55 43 36

Bert de Hert topschutter eerste klasse met 27 doelpunten.
Typeploeg gedurende deze jaren (ploegen veranderden niet elk seizoen zoals dat nu het geval is): Schilders, Leon en Marcel Aernaudts, Lucien Pieters, Broer Van de Ven, Oscar De Groote, Jos Mersie, Marcel Dries, Bert De Hert, Stan De Hert, Staf Van Noten

1951-52
Hoogste afdeling, 10de plaats.

1952-53
Hoogste afdeling, 11de plaats.

1953-54
Hoogste afdeling 11de plaats + halve finale van de Beker van België

1954-55
Hoogste afdeling, 5de plaats.

1955-56
Hoogste afdeling, 4de plaats.

1956-57
Hoogste afdeling, 10de plaats.
Nieuwe generatie met o.m. keeper Louis Leysen (4x keeper van de Rode Duivels), het onafscheidelijke paar Frans Schellens - Roger Busschots die tot in de jaren 70 zouden blijven spelen en later ook samen trainer werden, John Vercammen, Potters, Everaert, "Flash" Lippevelt ...

1957-58
Hoogste afdeling, 13de plaats.

1958-59
Hoogste afdeling, 10de plaats.

1959-60
Hoogste afdeling, 15 en voorlaatste plaats. Het begin van twee decennia als 'liftploeg' tussen eerste en tweede. Tot overmaat van ramp ging ook nog eens een gedeelte van de tribune in vlammen op.

1960-61
Tweede klasse, 9de plaats.

1961-62
Kampioen tweede klasse!



1962-63
Hoogste afdeling, 14de plaats op 16.

1963-64
Hoogste afdeling, 15de plaats, maar Berchem blijft in eerste door een omkoopzaak rond FC Turnhout waardoor de Kempenaars disciplinair een reeks dienden te zakken.

1964-65
Hoogste afdeling, 14de plaats op 16.

1965-66
15de plaats en degradatie.

1966-67
Derde klasse lonkte na een archi-slechte eerste ronde met 10 achtereenvolgende nederlagen en amper 6 punten. Na een ophefmakende tweede ronde wist Berchem zich op de laatste speeldag alsnog te redden.

1967-70
Tweede klasse.
Nieuw talent meldde zich aan in de persoon van Robert Van de Sompel.
Werden aangetrokken Rik Coppens, Adri Versluys, John Vanderwaeren.

1969-70
Berchem lag tot op de allerlaatste speeldag in strijd om promotie naar eerste met Antwerp, maar verloor de strijd.

1970-71
Tweede klasse, 6de plaats.
Halve finale Beker van België tegen Daring dat een replay nodig had om Berchem te wippen. Berchem is de enige van de 'grote' 5 Antwerpse clubs (Antwerp, Beerschot, Germinal, Tubantia) die nooit een bekerfinale speelde.

1971-72
Kampioen tweede klasse onder trainer Rik Coppens. In de terugronde werd de amper 16-jarige Ludo Coeck in lijn gesteld. Coeck werd aan het einde van het seizoen reeds verkocht aan Anderlecht. Veel te vroeg. Coecks vertrek gaf aanleiding tot een heuse supportersbetoging!
Het elftal van 1972 zag er als volgt uit: Goossens, Van Lommel, Wilms, Busschots, Wilssens, Van Staay, De Schrijver, Versluys, Rodekamp, Coeck, Jan Corremans, Schellens, Kear.

1972-73
Hoogste afdeling, 8ste plaats.

1973-74
Hoogste afdeling, 14de plaats op 16.

1974-75
Hoogste plaats, 15de plaats op 20

1975-76
Hoogste afdeling, 18de plaats op 19. Berchem zakt.

1977-78
Berchem wint de eindronde in tweede.

1978-79
Hoogste afdeling 15de op 18.

1979-80
Hoogste afdeling 1§de op 18.

1980-81
Hoogste afdeling, laatste plaats. Trainer Coppens kende een ongelooflijke start, er werd zelfs hardop over Europees voetbal gedroomd ...
Coppens en voorzitter Michel lieten in deze jaren een legertje Brazilianen overvliegen die ondanks hun duidelijk aanwezige voetbaltalenten nooit het niveau haalden dat van hen werd verwacht. De uitstapjes van beide heren sloegen diepe putten in de clubkas. Er werd op veel te grote voet geleefd tijdens de tweede helft van de jaren '70.
Belangrijkste namen tijdens deze jaren: Eddy Crocaerts, Danny Koekelcoren, Rik Van Mechelen, Jan Corremans, Ronny De Beuckelaer, Frank Vannuten en Stan Van den Buys, bijna allemaal eigen jeugdproducten die het nadien bij andere eersteklassers waarmaakten.

1981-85
Tweede klasse. (81-82: 5de; 82-83: 14de; 83-84: 6de; 84-85: 7de)
Opmerkelijke namen: de latere eerste klassetrainers Urbain Haesaert en Raoul Peeters, de latere Nederlandse bondscoach en PSV-trainer Dick Advocaat (vertrok reeds halverwege het seizoen), de latere Nederlandse topscheidsrechter Dick Jol en PSV-topschutter Paul Postuma die later nog bij Lierse het mooie weer zou maken.

1985-86
Kampioen tweede afdeling onder trainer René Desaeyere.
Patrick De Ruyter topschutter tweede afdeling.
Debuut Eric Van Meir.
Berchem richt samen met Gazet van Antwerpen de trofee Ludo Coeck in en wint meteen de eerste editie.
Patrick De Ruyter komt tijdens de finale op het Kiel ongelukkig ten val op een reclamepaneel en mist het daaropvolgende seizoen in eerste bijna volledig door opeenvolgende operaties.

1986-87
Laatste seizoen in hoogste afdeling, laatste plaats.
Veel pech en blessures. Bovendien werd pijnlijk duidelijk dat Berchem de trein van het profvoetbal gemist had. Meer nog: enkele jaren eerder speelde Berchem nog vriendschappelijk tegen de Glasgow Rangers, 20 jaar later kan je je amper nog voorstellen dat een Belgische club de Rangers zou kunnen strikken voor een vriendschappelijke match. Er is veel veranderd in het voetbal...

1987-88
Tweede klasse, 8e plaats.

1988-89
Tweede klasse, 12 oktober 1988: Berchem wint voor tweede maal Trofee Ludo Coeck.

1989-90
Het seizoen begint reeds ongelukkig met de pas aangeworven Nigeriaanse belofte Sammy Okwaraji. Deze man van 20 miljoen (en naar het schijnt onverzekerd!), kapitein van het Olympische elftal in Seoel sterft aan een hartaanval in de kwalificatiewedstrijd Nigeria-Angola. Berchem werft in laatste instantie een legertje Ghanezen aan die zich nooit kunnen doorzetten.
Suzy Coeck (zus van de in 1985 verongelukte Ludo) wordt voorzitter. Berchem komt hierdoor geregeld in de belangstelling, zij het niet bepaald op sportief vlak.
Berchem slijt 4 trainers en eindigt op de laatste plaats in tweede. Voor het eerst sinds de beginjaren moet Berchem in een lagere reeks dan tweede aantreden.

1990-91
Tweede plaats in derde A achter … Moeskroen. Een eindronde bestond nog niet in derde. Met Van Meir en doelman Van Limbergen die er ook in eerste bij was zou dit de laatste kans blijken om opnieuw naar tweede op te klimmen.

1991-92
10de in 3B

1992-93
7de in 3B

1993-94
9de in 3B

1994-95
9de in 3A

1996-97
laatste in 3B, degradatie naar bevordering

1997-98
3de in 4B.

2000-01
Provinciale ! Absoluut dieptepunt !
De veelbesproken zakenman Freddy Van Gaever brengt de Armeense juwelier Vasken Cavatti naar Berchem. De man pomt meteen een boel geld in de club. Hij haalt een klein legertje Armeense internationals naar het Rooi; maar uiteindelijk is het met eigen jeugdspelers dat na de winterstop een fantastische remonte wordt gemaakt.
Op de laatste speeldag gebeurt het ongelooflijke: Berchem wint zoals verwacht zijn laatste wedstrijd op St. Lenaerts, maar ook alle uitslagen van de tegenstanders zitten mee en Berchem haalt onverhoopt een eindrondeticket binnen. De eindronde winnen is minder moeilijk: Berchem is dé ploeg in vorm. Het verblijf in Provinciale duurde maar één jaar. De finale werd gespeelde tegen Edegem in een dubbele confrontatie.

2001-02
Kampioen vierde nat. B !
Voorzitter Cavatti bewijst dat je weldegelijk een ploeg bijeen kan kopen. Met Marc Brijs wordt een onbekende ambitieuze trainer binnengehaald. Verschillende spelers met eerste en tweedeklasse-ervaring komen de beste jeugdelementen versterken. Berchem brengt mooi en aantrekkelijk voetbal. Het oude Ludo Coeckstadion, door Cavatti helemaal opgeknapt, loopt opnieuw vol. Berchem wordt overtuigend kampioen.

2002-03
Kampioen derde nat A ! … en gaat ook in derde op hetzelfde elan verder. Halverwege het seizoen is duidelijk dat het tussen Berchem en Oostende zal gaan voor de titel. De geelzwarten brengen opnieuw mooi en overtuigend voetbal. Een stunt zit eraan te komen: in één ruk van eerste provinciale naar tweede en wie weet…
Tot in maart een grootscheepse politie-actie roet in het eten komt gooien. Voorzitter Cavatti wordt verdacht van grootschalige fraude. Berchem Sport wordt in zijn val meegesleurd. Zwarte spelerscontracten, onbetaalde facturen, achterstallige RSZ,… Berchem lijkt de zondebok te worden voor alles wat al jaren misgaat in het Belgisch voetbal.
Bondsvoorzitter Peeters noemt Berchem een alleenstaand geval !!! Wie enigszins in het voetbalwereldje thuis is weet wel beter. Wie verwacht dat andere ploegen nu wel snel zullen volgen komt bedrogen uit. Bijna drie jaar later is er niets veranderd. De opmars van Berchem is voorgoed gestuit (volgens sommigen was dit de bedoeling; niemand zal het ooit kunnen bewijzen).
De spelers van toen spelen nu elders, mogelijk voor evenveel zwart geld. Ondanks het feit dat de spelers bijna het volledige seizoen niet betaald werden bleven ze toch volop gaan voor de titel, die ze ook binnenhaalden.
Berchem kreeg echter geen licentie voor tweede. Met Cavatti was de enige (niet-betalende) sponsor verdwenen, nieuwe sponsors lieten het afweten, nagenoeg de volledige ploeg trok naar elders. Bekendste transfers: Marc Brijs en Kurt Van Dooren naar Beerschot. Diverse spelers trokken naar tweede afdeling, anderen trokken naar dik betalende derde klassers.

2003-04
laatste plaats derde nat. B
Met een noodploeg die in laatste instantie was bijeengesprokkeld begon Berchem als een vogel voor de kat aan het volgende seizoen. De noodploeg bleek kansloos en eindigde afgetekend laatst.

2004-05
Opnieuw in vierde. Redding van het clubnummer door interactie van enkele financieel sterke personen. Eric Vermeylen wordt de nieuwe voorzitter.

2005-06
Verderzetting in vierde; er wordt een nieuw jeugdbestuur aangesteld, met een duidelijk onderscheid tussen sportieve en administratieve activiteiten.
De ambitie om mee aan de top te spelen is alom aanwezig. De financiële problemen zijn grotendeels van de baan. De club zet zijn weg sober verder… . Berchem sluit in een evenwichtige groep het seizoen af met een stevige derde plaats.

2006-07
Wederom een start in Bevordering (4de). De ambitie voor een ticket naar derde nationale wordt niet onder stoelen of banken geschoven. De club is er (waarschijnlijk) klaar voor.
Tevens inhuldiging gedenkplaat aan de voormalige zaak “Limburgia” te Berchem waar de club zo’n 100 jaar geleden werd opgericht.
   
 
 
Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army
Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army
© 2006-2010 - K. Berchem Sport 2004 vzw - Alle rechten voorbehouden | Disclaimer | Webteam: webteam@berchem-sport.com